Thema-avond over Mechelen in oorlog

De oorlogslittekens
van Mechelen

Historici Geert Clerbout en An Rydant voerden voor hun boek Mechelen 1940-1945 een grondig onderzoek naar de activiteiten van Mechelse verzetslieden en collaborateurs, met ook veel oog voor de lotgevallen van gewone mensen. Rc Mechelen en Rc Mechelen-Opsinjoor organiseerden hierover een thema-avond, op de campus van hogeschool Thomas More.

Voorzitter Leo Vivijs van Rc Mechelen-Opsinjoor, zelf zoon van een verzetsman, wees erop dat een terugblik op WO II in onze steeds extremer wordende tijden geen overbodige luxe is. Bovendien was ook de datum (27 januari) vervuld van symboliek: 81 jaar eerder vond de bevrijding van Auschwitz plaats - waar duizenden in Mechelen verzamelde Joden de dood vonden.

Geert Clerbout, An Rydant en Leo Vivijs

Auteurs Geert Clerbout en An Rydant en voorzitter Leo Vivijs van Rc Mechelen-Opsinjoor

De geschiedenis van Mechelen tijdens de Tweede Wereldoorlog toont hoe gebeurtenissen op het wereldtoneel diep konden ingrijpen in het leven van een provinciestad. Mechelen was niet alleen een kerkelijk centrum met kardinaal Jozef Van Roey als aartsbisschop, maar ook een stad waar de collaboratiebeweging sterk aanwezig was. Het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) vond er vruchtbare bodem. Tijdens de bezetting werd Mechelen bestuurd door oorlogsburgemeester Camille Baeck, een overtuigde VNV'er die door sommigen "de kleine Hitler" werd genoemd. Hij behoorde tot de meest radicale Nieuwe Orde-burgemeesters van het land en wou Mechelen uitbouwen tot de eerste 'nationaalsocialistische burcht' van de Lage Landen. Vlak voor de bevrijding vluchtte hij met zijn gezin naar Argentinie.

Ook in het onderwijs en culturele leven was de invloed voelbaar: aan het Mechelse atheneum profileerde schrijver Filip De Pillecyn zich als uitgesproken pro-Duits propagandist. Hij koos voor een 'nieuwe ordening' van het culturele leven en leidde de Kamer van Letterkundigen, die onder Duits toezicht stond. Een ander Mechels cultureel zwaargewicht was schilder Prosper De Troyer, die in augustus 1940 mee de kunstgilde oprichtte. In december 1940 nam hij op uitnodiging van Rijksminister Goebbels deel aan een kunstenaarsreis door Duitsland. Zijn zoon sneuvelde als Oostfronter in Oekraine. Beiden waren ook drijvende krachten achter de Nationale Kultuurdagen, die tijdens de bezetting het jaarlijkse hoogtepunt vormden van de culturele Nieuwe Orde in Vlaanderen.

Historische foto van de Dossinkazerne

De enige foto die is overgeleverd van Joden die aankomen in de Dossinkazerne

Het zwaarste morele gewicht in de oorlogsgeschiedenis van Mechelen ligt bij de Dossinkazerne. Vanuit deze kazerne werden tussen 1942 en 1944 meer dan 25.000 Joden en honderden Roma gedeporteerd naar Auschwitz en andere vernietigingskampen. Opvallend en pijnlijk is dat ook Vlaams-nationalistische medewerkers in de kazerne actief waren. Tegelijk probeerden veel gewone inwoners de plek te vermijden. De tragedie voltrok zich in het hart van de stad, maar werd jarenlang verdrongen. Bijzonder schrijnend is de houding van het stadsbestuur in de jaren na de oorlog. In een provinciaal onderzoeksrapport uit 1947 werd de Dossinkazerne slechts terloops vermeld. Men sprak vaag over deportaties naar een "onbekende bestemming" en klaagde vooral over hygienische problemen. Twee jaar na de bevrijding van Auschwitz was de maatschappelijke erkenning van het Joodse leed vrijwel afwezig.

Mechelen was daarnaast een belangrijk spoorwegknooppunt en huisvestte het grote arsenaal van de NMBS, waar locomotieven en wagons werden onderhouden. Deze infrastructuur was strategisch van groot belang voor de Duitse oorlogslogistiek en maakte de stad tot doelwit van geallieerde bombardementen, met aanzienlijke schade en burgerslachtoffers tot gevolg.

Historisch beeld van Mechelen

Naast collaboratie was er ook verzet. De auteurs konden zo'n 1.000 verzetslui identificeren. (Ter vergelijking: het aantal collaborateurs lag dubbel zo hoog.) Mechelaars hielpen onderduikers, verspreidden clandestiene pers en pleegden sabotage. Sommigen werden gearresteerd en als Nacht-und-Nebel-gevangenen gedeporteerd. Na de oorlog bleek de verwerking van de opgelopen trauma's uiterst problematisch. Veel collaborateurs werden relatief snel opnieuw geintegreerd in de samenleving, terwijl verzetsmensen vaak in stilte hun leven probeerden herop te bouwen.

Op het einde van de bijeenkomst kondigde voorzitter Philip Borremans van Rc Mechelen nog een verrassing aan voor de sprekers. Clublid Francois De Keersmaecker (oud-voorzitter van de Belgische Voetbalbond) kreeg het woord. Als jonge advocaat liep hij stage in het kantoor van toenmalig bondsvoorzitter Louis Wouters, de schoonzoon van Oscar Vankesbeeck, en huwde later diens dochter. Vankesbeeck, advocaat, politicus en stichter van voetbalclub Racing Mechelen, was een populaire figuur in Mechelen. Wegens zijn anti-Duitse houding werd hij al in het voorjaar van 1941 uit zijn schepenambt ontzet. De agitatie tegen hem en andere kritische politici kende een driest hoogtepunt toen hij in mei 1941 in het Fort van Breendonk gevangengezet werd, samen met de socialistische volksvertegenwoordiger Desire Bouchery. Hij keerde enkele maanden later als een gebroken man terug, maar bleef actief in de sluikpers. De ontberingen in het kamp droegen bij tot zijn vroege dood, twee jaar later, op 56-jarige leeftijd.

Francois De Keersmaecker

Francois De Keersmaecker

Francois De Keersmaecker overhandigde de sprekers een afschrift van twee brieven uit het familiearchief: een oproep van VNV-er Gerard Romsee (secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken) om vrijwillig ontslag te nemen als schepen, en Vankesbeecks afwijzende antwoord hierop. Een week later zou hij alsnog worden afgezet...

Steven Vermeylen

Geert Clerbout & An Rydant, Mechelen 1940-1945, biografie van een stad in oorlog, Pelckmans