Geluk is het meest fundamentele menselijke verlangen. Meer dan een eenvoudig gevoel zou deze toestand van positief welzijn, evenals de voorwaarden om het te bereiken en te behouden, moeten worden beschouwd als een universeel recht.
Bij Rotary staat december in het teken van ziektepreventie en -behandeling. We grijpen deze gelegenheid aan om het werk van onze leden op het gebied van gezondheid en welzijn in de kijker te zetten, in het bijzonder het mentale welzijn. Volgens een recent rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie lijdt bijna één op de zeven mensen wereldwijd aan een psychische aandoening. Toch ontvangt amper 9% van de mensen met een depressie een adequate behandeling.
Binnen Rotary hebben we het geluk te kunnen beschikken over een uitstekend middel om emotioneel welzijn en geluk te bevorderen: vriendschap. De banden die we smeden kunnen een enorme kracht voor verandering zijn. Ik weet het uit persoonlijke ervaring.
Toen vrienden mij jaren geleden voorstelden om voorzitter van de club te worden, aarzelde ik omdat ik doodsbang was om in het openbaar te spreken. Maar dankzij hun steun en genegenheid slaagde ik erin mijn angst te overwinnen… Vandaag spreek ik regelmatig voor publiek – soms voor duizenden mensen – in een taal die niet de mijne is. De Rotariërs die ik onderweg heb ontmoet, hebben mij geholpen om blijvende verandering in mezelf teweeg te brengen.
Deze kameraadschap geeft ons ook de moed en de middelen om duurzame veranderingen in de wereld te realiseren. Ondertussen is de nood aan betere geestelijke gezondheidszorg nijpend: de WHO meldt dat overheden gemiddeld slechts 2% van hun gezondheidsbudget aan geestelijke gezondheid besteden. In sommige landen is er slechts één professional in de geestelijke gezondheidszorg per 100.000 inwoners. Daarom heeft de WHO opgeroepen tot dringende strategische acties om deze kloof te dichten.
Rotary kan op deze oproep ingaan door clubs bewust te maken, samen te werken met lokale gezondheidsdiensten, opleidingen voor gemeenschapsgezondheidswerkers te financieren en relevante initiatieven te ondersteunen. Zelfs kleine investeringen in mentale gezondheid leveren enorme voordelen op qua productiviteit, volksgezondheid en geluk.
Oud-RI-voorzitter Gordon McInally herinnert ons eraan dat we verder moeten gaan dan de eenvoudige vraag "Hoe gaat het?" We zouden eerder moeten vragen: "Hoe gaat het echt met je?" Laten we ons verenigen om goed te doen, dat wil zeggen: om vriendschap, heling en toegang tot geluk te bevorderen voor iedereen.