De woorden van John F. Kennedy uit de jaren 1960 waren bedoeld als aanmoediging voor politieke vooruitziendheid. Vandaag klinken ze eerder als een aanklacht tegen de ongelukkige timing van de stopzetting van de Britse regeringssteun aan het Global Polio Eradication Initiative (GPEI).
Op 2 maart werd opnieuw poliovirus vastgesteld in Engeland. Op 10 maart kwamen in Westminster Rotariërs, diplomaten en vertegenwoordigers van de Wereldgezondheidsorganisatie samen om te benadrukken dat de wereld dichter dan ooit bij de uitroeiing van polio staat. Nauwelijks een week na die bijeenkomst in het Britse Lagerhuis bevestigde de Britse regering echter dat zij haar financiering van het Global Polio Eradication Initiative (GPEI) zou stopzetten.
Minister van Buitenlandse Zaken Yvette Cooper verklaarde op 19 maart dat de regering de uitgaven voor ontwikkelingshulp met 40% wil verminderen. “Een kleiner budget betekent onvermijdelijk moeilijke keuzes en afwegingen. Daarom richten we onze hulp op de mensen en plaatsen die die het meest nodig hebben. We blijven een belangrijke speler en verwachten de vijfde grootste donor ter wereld te blijven”, aldus Cooper.
Op het hoogtepunt van de polio-epidemieën, eind jaren 1940 en begin jaren 1950, raakten jaarlijks tot 8.000 mensen in het Verenigd Koninkrijk verlamd door de ziekte. De ontwikkeling van een vaccin in 1955 zorgde voor een spectaculaire daling van het aantal besmettingen. Dankzij grootschalige vaccinatiecampagnes vanaf de jaren 1960 verdween polio geleidelijk uit het collectieve bewustzijn. In 2003 werd het Verenigd Koninkrijk officieel poliovrij verklaard.
De recente ontdekking van poliovirus in Londens afvalwater is niet zonder precedent. Milieumonitoring detecteert af en toe sporen van het virus, vooral van vaccinafgeleide varianten. Volksgezondheidsexperts wijzen op een blijvend risico op besmettingen, zeker in gemeenschappen waar de vaccinatiegraad afneemt.
De vaccinatiegraad tegen polio is in het Verenigd Koninkrijk de voorbije jaren licht gedaald. Het percentage éénjarige kinderen dat alle drie aanbevolen doses van het poliovaccin kreeg, zakte van 95% tussen 2012 en 2015 naar 92% in 2022-2023.
Toch koos de Britse regering ervoor haar steun stop te zetten voor precies het internationale programma dat de ziekte wereldwijd probeert uit te roeien. Die beslissing maakt deel uit van een bredere besparingsronde op ontwikkelingshulp, goed voor meer dan 6 miljard pond, waarbij middelen verschoven worden naar defensie-uitgaven.
Gedurende bijna veertig jaar was het Verenigd Koninkrijk een van de belangrijkste steunpilaren van het GPEI. Het land droeg meer dan 1,75 miljard dollar bij aan het programma en was, na de Verenigde Staten, de grootste donor. Bovendien profileerde het zich jarenlang als een uitgesproken pleitbezorger van internationale samenwerking op het vlak van volksgezondheid.
De wereld staat vandaag dichter dan ooit bij de volledige uitroeiing van polio. Maar net zoals de laatste kilometers van een marathon vaak de zwaarste zijn, geldt dat ook voor deze eindfase. Vermoeidheid slaat toe, politieke aandacht verschuift en financiering wordt moeilijker te verantwoorden. Precies dan kan een verminderde inzet leiden tot een heropleving van het virus.
De infrastructuur die via het GPEI werd opgebouwd – surveillancesystemen, vaccinatienetwerken en snelle interventiemechanismen – dient bovendien niet alleen om polio te bestrijden. Ze vormt ook een cruciaal waarschuwingssysteem voor andere infectieziekten. Die infrastructuur verzwakken betekent niet alleen een groter risico op de terugkeer van polio, maar ook een verminderde paraatheid voor toekomstige epidemieën.
Het GPEI moest zich inmiddels aanpassen aan de financiële realiteit. Door bredere budgettaire druk werd het budget voor 2026 met ongeveer 30% verminderd. Vooral programma’s voor monitoring en snelle interventie worden getroffen, precies de instrumenten die nodig zijn om uitbraken tijdig op te sporen en in te dammen.
Tegen die achtergrond staat de Britse beslissing niet op zichzelf. Volgens campagnevoerders maakt ze deel uit van een bredere trend die het risico op een terugkeer van polio verhoogt. Adrian Lovett, directeur van de Britse afdeling van de ONE Campaign, noemde de beslissing dan ook “kortzichtig en contraproductief”. Volgens hem is geen enkel land, hoe welvarend ook, beschermd tegen gezondheidscrises als elders de verdedigingslinie verzwakt. “We zijn uiteindelijk slechts zo sterk als onze zwakste schakel”, stelde hij.
Die redenering weerspiegelt een fundamenteel principe van mondiale gezondheidszorg: virussen kennen geen grenzen. De aanwezigheid van poliovirus in Londens afvalwater is geen geïsoleerd incident, maar een herinnering aan onze onderlinge verbondenheid. Zolang de ziekte ergens ter wereld voorkomt, vormt ze een potentiële bedreiging voor iedereen. Volgens verschillende experts is het risico op een grote polio-uitbraak in het Verenigd Koninkrijk vandaag groter dan op enig moment in de voorbije generatie. Dat maakt de situatie des te ironischer: net nu binnenlandse signalen aantonen dat het virus nog niet volledig verdwenen is, kiest het land ervoor een stap terug te zetten uit de wereldwijde strijd tegen polio.